29 december 2013

29 december 2013

De maretak, afgebeeld (Au gui l'an neuf)

Hoog in de bomen zie je ze massaal. Rondom de Weltervijver, in het bos bij de Onderste Caumer, in de appelbomen bij hoeve Corisberg, geelgroene mysterieuze bollen. De maretak. Deze plant fascineert me al lang. In veel culturen speelde en speelt deze bijzondere plant een belangrijke rol. Voor de Kelten een plant met magische kracht, in Engeland werd hij niet alleen gezien als vruchtbaarheidssymbool, maar als je een takje onder je kussen legde zorgde dit voor voorspellende dromen en dan met name op liefdesgebied. Nee, bij het invullen van een lotto- of totoformulier hielp het niet. In Frankrijk werd hij gezien als ‘porte-bonheur’, als geluksbrenger. Le gui porte bonheur pendant toute l’année. (Maretak brengt geluk gedurende het hele jaar) Met een kus onder de maretak, klokslag middernacht oudjaar en met het uitspreken van ‘au gui l’an neuf’ wenste men elkaar het allerbeste voor het nieuwe jaar. Vaak gaf men elkaar dan ook nog een takje van de maretak, hetgeen symbool stond voor veel geluk en een lang leven. De verkoop van maretak was zelfs een heus beroep. 

Een jaar geleden ben ik begonnen met het verzamelen van allerhande dingen die betrekking hebben op maretak. Het is leuk om te zien wat er zoal allemaal te koop is op diverse veilingsites. Ik vond er van alles, maar het merendeel toch wel kerst- en nieuwjaarskaarten in allerlei uitvoeringen. Prentbriefkaarten van vaak meer dan 100 jaar oud, kaarten uit een tijd dat het leven heel anders was dan nu. Een tijd zonder televisie, radio, internet, smart Phone, IPad. Van het woord multimedia had nog geen mens gehoord. De prentbriefkaart was de enige manier om iets visueel over te brengen, voor mensen die vaak niet veel verder kwamen dan hun eigen stad.

In Nederland werd de briefkaart ingevoerd in 1871. De PTT had het alleenrecht en maakte alleen standaardkaarten. Aanvankelijk werden ze met een rijmpje verkocht en het duurde tot 1883 voor de eerste met afbeelding werd gedrukt. Door de PTT werden ze geïllustreerde prentbriefkaarten genoemd maar doordat men in Duitsland al veel verder was, kreeg de naam ‘ansichtkaart’ al gauw de overhand. In 1892 verloor de PTT haar alleenrecht en werd de markt opengegooid. Vrije marktwerking, ook toen al. Talloze uitgevers stortten zich op dit gat in de markt. De ansichtkaart kende zijn gouden periode aan het begin van de 20ste eeuw. Alles, letterlijk alles, werd op kaarten afgebeeld: politieke gebeurtenissen, belangrijke personen, misdaad. Men kende ook de erotische kaart. Worden we tegenwoordig overstelpt met niets onthullende beelden, toen had je dat nog niet. In die tijd had je nog bijna geen kranten, geen televisie, geen bioscoop en nauwelijks geïllustreerde boeken. De prentbriefkaart bracht ook op dit gebied de oplossing hoewel deze ‘zinnenprikkelende’ afbeeldingen tegenwoordig eigenlijk niet meer dan ‘ondeugend’ genoemd kunnen worden.
Toeristische attracties vormden meestal het onderwerp op de kaarten hetgeen in het begin meestal echte foto's waren. Menig dorpsplein, stadsgezicht is zo vastgelegd. Deze afbeeldingen zijn nú voor ons van onschatbare waarde omdat menig ‘tuinpad van mijn vader’ er tegenwoordig toch wel heel anders uitziet, en niet alleen omdat de hoge bomen er niet meer staan. De afzender probeerde de geadresseerde te laten zien waar hij zich bevond, te laten zien, want buiten zijn naam en die van de geadresseerde mocht hij niets op de kaart schrijven. Althans, op de adreszijde. Dit werd omzeild door aan de kant van de foto dan maar iets te schrijven. Uitgevers speelden hier op in en lieten vaak wat extra ruimte vrij hiervoor. Kaarten dienden trouwens te worden gefrankeerd als brief. Na de postwet van 1905 veranderde dit. De adreszijde werd vanaf toen door een verticale lijn gedeeld: rechts ruimte voor het adres, links voor een persoonlijk berichtje.
Prentbriefkaarten waren destijds een kostbaar bezit en werden veel verzameld, vooral door meisjes. Er werden zelfs speciale albums voor gemaakt.

De kerstkaart heeft een lange geschiedenis. De eerste kerstkaart stamt uit 1843, getekend in opdracht van de beroemde Henry Cole. Hij zocht een efficiënte manier om zijn vrienden ‘a merry christmas and a happy new year’ te wensen. Gezeten aan de kerstdis heft hij het glas op zijn niet aanwezige vrienden. (afbeelding internet)

Mijn zoektocht gaat vooral naar de maretakkaarten. Daar is echt van alles van te vinden. Veel kaarten met een persoonlijke wens aan een familielid of vriend. De meeste kaarten zijn te dateren aan de hand van de poststempel maar er zijn ook veel kaarten waar de postzegel door een filatelist af is gehaald. Want ook postzegels werden fanatiek verzameld destijds, en dat dan weer vooral door jongens. Je leeft even mee met mensen van toen, mensen zoals jij en ik. Op een van mijn eerste kaarten, verstuurd op 30 december 1916, werd de hoop uitgesproken dat ‘l’an 1917 nous amène la fin de cauchemar si longtemps attendu’ , ‘dat 1917 ons het einde van de nachtmerrie brengt waar al zo lang op gewacht wordt’. Het einde van ‘la grande guerre’, de eerste wereldoorlog die op dat moment al een enorme slachting had aangericht onder de mannelijke bevolking van Frankrijk. Zo’n kaart zet je toch even aan het denken. We hebben het toch heel goed tegenwoordig, ondanks de ‘economische crisis’.

Rest mij jullie het allerbeste voor 2014 te wensen maar pas nadat ik jullie even mee terug neem naar zo’n 100 jaar geleden met een kleine bloemlezing van maretakkaarten met nieuwjaarswensen.

Au gui l’an neuf!

‘3D-foto’ Under the mistletoe (1898)

      

      

      

      

   

Erotische prentbriefkaart: internet 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In het Franse erotisch tijdschrift Eros, het januarinummer van 1929, stond deze tekening met de titel Au gui l’an neuf, gemaakt door Suzanne Meunier. Tussen 1900 en 1935 maakte zij talloze tekeningen, tekeningen die nog steeds zeer gewild zijn. Afbeeldingen die me trouwens sterk laten denken aan het werk van de fotograaf/filmer David Hamilton (Bilitis 1977).

Voorgaande column