26 november 2017

26 november 2017

Vaeshartelt in de herfst, een rondje door het park

Een stevige wind, afwisseling van wolken en een heiig zonnetje, af en toe een paar druppels. Niet het meest geschikte moment voor een bezoek aan een park dat al een tijdje op mijn lijst staat: Vaeshartelt. In 1851 kocht de Maastrichtse industrieel, Petrus Regout het kasteel Vaeshartelt, met een park van destijds 118 hectare van koning Willem II. Petrus Regout was de oprichter van kristal-, glas- en aardewerkfabriek Petrus Regout & Co. die later zou worden omgedoopt tot De Sphinx. Aanvankelijk gebruikt hij Vaeshartelt alleen als zomerhuis om de drukke stad te ontvluchten maar in 1861 besluiten hij en zijn vrouw Aldegonda er definitief te gaan wonen.
Kort na de aankoop kreeg de Belgische tuinarchitect Jean Gindra uit Angleur de opdracht een landschapspark te ontwerpen. Compleet met bomen, borders, bloemperken, vijvers, waterlopen én het Grand Canal met fonteinen die aangedreven werden door een stoommachine. Voor de bomen en planten werd een ingenieus waterverzorgingssysteem vervaardigd hetgeen voor ideale omstandigheden zorgde. Het park werd in Engelse landschapsstijl aangelegd. Lange lanen van lindes, kastanjes en beuken, doorkruisen het landgoed. Het park werd voorzien van een unieke bomencollectie. Deze bomen, bruine beuken, sequoia’s, esdoorns, tulpenboom en Nordmannspar zijn bij de aanleg aangeplant en nu dus al 160 jaar oud!


Als ik kom aanrijden zie ik van ver al de bijzondere bomen. Een sequoia die hier in het midden van de negentiende eeuw op de binnenplaats geplant werd, torent hoog boven het kasteel uit. In 1994 werd Vaeshartelt gerenoveerd. Er werd aanvankelijk nauwelijks rekening gehouden met de aanwezigheid van de bomen. Zwaar materieel reed te kort langs de mammoet en zijn buurman, een treuriep, waardoor de grond zou kunnen verdichten en er geen zuurstof bij de wortels meer zou komen. Meestal is dit het einde van de boom. Bij Vaeshartelt werd dit tijdig opgemerkt door  ‘bomenman’ in hart en nieren J'ørn Copijn en werd er een bomenplan opgesteld. Niet alleen voor deze twee, maar voor alle bomen in het park. Als er niets geks gebeurt kan deze mammoetboom nog honderden jaren mee.

Via de binnenplaats loop ik door een klein poortje naar de voorkant van het kasteel. Een lange lindelaan ligt voor me, de laan die vanaf de imposante toegangspoort kaarsrecht naar de hoofdingang van het kasteel loopt. De wortelopslag aan de voet van de bomen wordt kubusvormig gesnoeid. Niet alleen een leuk gezicht maar het vormt tevens een goede bescherming tegen betreding en maaiactiviteiten. Deze wortelopslag ontstaat alleen bij geënte lindes, niet bij zaailingen.

Een tweede laan, een laan met paardekastanjes, staat haaks op de lindelaan. Oude knarren, waarvan er bij een aantal de dagen, nou ja, de jaren geteld lijken. Tonderzwammen, honingzwammen, zwammen die leven van levend hout, zijn al talrijk aanwezig. Wel geven de kolossale structuren van de stammen nog steeds een gevoel van statigheid, van hoe het ooit moet zijn geweest.


Ik ga op zoek naar de rode beuk die rechts voor het kasteel moet staan. Hij zou ziek zijn, de top stierf al af maar men stelt alles in het werk om zijn leven te rekken. In een stervende boom vind je een grote biodiversiteit. Jaren geleden plantte men er al drie jonge beuken naast waarvan één de taak van de oude zal gaan overnemen. Bij aankomst bleek de oude bij een flinke storm te zijn omgewaaid. Wat restte waren wat stamresten.

 

Een heel apart fenomeen dat je eigenlijk zelden ziet, zag ik bij een andere beuk. Een gewortelde takaflegger; een laaghangende tak raakte op een gegeven moment de grond en wortelde. Het is inmiddels een zelfstandige boom met al een aardige stamomvang. (foto rechts. De 'stam' links voor op de foto is de takaflegger) Een reden dat je dit zelden ziet is het feit dat bomen meestal al jong worden opgekroond, van alle onderste takken ontdaan.

De buurboom van de beuk is de nordmannspar. De Abies nordmanniana werd in 1836 ontdekt in het zuiden van Rusland en was destijds dus een ‘nieuwe’, bijzondere boom, toen hij door Gindra werd toegepast. Hij is nu ongeveer 40 meter hoog en zal ook niet hoger meer worden. Het lukt de boom niet water nóg hoger omhoog te krijgen en hij groeit alleen nog horizontaal. Daardoor ontstaat er een afgeplatte kroon. Voor zover bekend is dit de oudste nordmannspar van Nederland. Bijzonder was hij destijds, nu niet meer: komende maand gaan er weer miljoenen nordmannsparren over de toonbank. Het is de meest favoriete kerstboom.

Aan de westkant van het park bevindt zich het Sterrenbos, een bosje met een stervormige padenstructuur. De eerste aanleg vond plaats aan het einde van de zeventiende eeuw. Het werd gebruikt voor de jacht. Er werd vanuit het midden gejaagd omdat je dan het beste overzicht op het wild had. Nu is het in het voorjaar een zee van bloeiende stinzenplanten.

 

Dicht bij de vijver, onder het theehuis, bevindt zich de ijskelder. Hierin werd in vroeger tijden ijs uit de vijver opgeslagen. Door de goede isolatie bleef het ijs, dat voor koeling van levensmiddelen werd gebruikt, tot ver in de zomer goed. Tegenwoordig dient hij als overwinteringsplaats voor vleermuizen.

 
Via de Geheime Tuin, een ommuurd stuk tuin dat met buxus is omgetoverd tot kruidentuin, loop ik langs de mammoet weer naar de auto terug.

Op een oude litho uit 1853 zien we een uitbundigheid aan vijvers, fonteinen en follies. Allemaal om indruk te maken bij de gasten. Kort na de dood van Petrus Regout werd Vaeshartelt ontdaan van het grootste deel van zijn pracht en praal. Zoon Johan Gustaaf was wat nuchterder en vond dit allemaal een beetje over de top.



Meer dan honderd jaar woonde de familie Regout op het kasteel voordat het achtereenvolgens verschillende andere bestemmingen kreeg. In 1994 besloot men tot restauratie en kreeg het een herbestemming. Het park waarin de hand van Gindre nog goed te zien is, is vrij toegankelijk en meer dan de moeite waard, dus, wat let je…

 
Heel imposant, de mammoetboom op de binnenplaats.

 
Links: De overloop van de vijver die in verbinding staat met het oorspronkelijke Grand Canal dat in de komende jaren hersteld gaat worden.Rechts:
Wat restte waren wat stamresten. Op de achtergrond de drie nieuwe beuken waarvan één de vervanger zal worden.

 
Links: De ommuurde, geheime tuin
. Rechts: Vanauit de theekoepel is de afgeplatte kroon van de nordmannspar goed te zien.

VOORGAANDE                                                                                            VOLGENDE