11 oktober 2009

11 oktober 2009

Arbres commémoratifs (George Sand)

Je waant je eeuwen terug. Knusse huisjes, een eeuwenoud Romaans kerkje uit de dertiende eeuw. Weinig bezoekers op dat moment. We zijn bijna de enigen. Naast een handjevol huizen staat er een kasteel met een prachtig park met prachtige eeuwenoude bomen.

We gaan even terug in de tijd. Na het overlijden van haar vader kwam ze hier bij haar oma wonen: Amantine, ze was toen pas vier. Haar moeder, die over onvoldoende financiële middelen beschikte, vertrouwde haar, met tegenzin, toe aan haar grootmoeder. Zelf bleef ze in Parijs. We schrijven 1808. Bij haar oma geniet ze van een onbezorgde, gelukkige jeugd.  Als ze achttien is trouwt ze. Het was geen huwelijk uit liefde maar het was haar meer te doen om te ontsnappen aan de druk van de familie. Ze trekken zich hier terug, op het kasteel van haar oma in Nohant. De eerste jaren van haar huwelijk verlopen rustig.

 

Nu, bijna twee eeuwen later, worden we door een gids rond geleid door alle vertrekken. De tijd lijkt  te hebben stilgestaan. Prachtig trappenhuis, salons, slaapvertrekken, poppentheater. En ook in haar werkkamer staat nog het bureau, waar ze een groot deel van haar boeken schreef, alsof ze elk moment terug kan komen en verder gaan met haar volgende roman. Amantine Aurore Lucile Dupin, dat is de persoon, de schrijfster, waar het hier om gaat, beter bekend als George Sand.

 

In 1830 scheidde ze van haar man en trok met haar twee kinderen naar Parijs. Ze vertoefde er in literaire kringen en nam contact op met Jules Sandeau die ze eerder dat jaar had leren kennen. Ze betrokken samen een appartement aan de Quai Saint-Michel. Een jaar later verscheen Rose et Blanche een roman die ze samen hadden geschreven onder de naam Jules Sand. Een formule die later door een ander schrijverspaar, Nicci French, ook wordt gehanteerd. Weer een jaar later verscheen haar eerste soloroman Indiana onder de naam George Sand, het pseudoniem dat ze de rest van haar leven blijft gebruiken. In haar boeken neemt ze het op voor de rechten van de vrouw. De relatie met Jules Sandeau is van korte duur en wordt gevolgd door talrijke romances. Dit ‘losbandige’ leven zorgde voor veel roddel. Ook het feit dat ze zich kleedde als een man en pijp rookte was een dankbaar onderwerp van gesprek. Tot haar vriendenkring behoorden veel beroemdheden waaronder Alfred de Musset, Fréderic Chopin, Liszt, Delacroix en Balzac.

 

De gids laat ons ook de vertrekken zien waar Chopin enkele jaren woonde. We lopen door naar de slaapkamer van George Sand. Na een bewogen leven, waarin ze bijna dagelijks schreef, zo vertelt de gids ons, wordt ze uiteindelijk ernstig ziek. Zelfs op haar ziekbed schrijft ze nog. Maar ze komt haar bed niet meer uit en laat dit voor het raam schuiven, vanwaar ze kan kijken naar de bomen die geplant zijn bij de geboortes van haar kinderen Maurice (1823) en Solange (1828). Dit is het enige wat haar op dat moment nog troost biedt. Ze sterft in 1876, 71 jaar oud.

Ik ga naar het raam en zie twee enorme atlasceders, de bewuste geboortebomen. Na de rondleiding loop ik nog even door het park want ik wil de twee ceders van dichtbij zien en even voelen. Twee geweldige bomen, lang geleden geplant bij een heel blijde gebeurtenis, of eigenlijk twee blijde gebeurtenissen. Ik probeer me voor te stellen hoe dit feest destijds gevierd is. Vrienden en kennissen. De dames gekleed in wijde rok en luifelhoed en de heren in strakke kniebroek, jas met lange achterpanden en natuurlijk cilinderhoed. Ze heffen het glas  op het geluk van Maurice en vijf jaar later op dat van Solange. Blijdschap alom. De twee bomen waren getuige en zullen die herinnering nog eeuwenlang vasthouden. Iets verderop ligt ze begraven, op het familiekerkhof, naast een majestueuze oude taxus.

 

Om haar te eren wordt een jaar na haar dood door het gemeentebestuur besloten een standbeeld voor haar op te richten. Het wordt gemaakt van carraramarmer. In aanwezigheid van veel prominenten wordt het op 10 augustus 1884 onthuld. Zes jaar later worden hier nog twee mammoetbomen bij geplant. En je snapt het natuurlijk al, die wil ik ook nog even zien. We vervolgen onze weg richting La Châtre en Berry, een paar kilometer verderop. Ik wist niet waar deze bomen precies stonden maar op een gegeven moment zien we ze. Ze steken ver boven de daken uit. Wat een bomen! En van dichtbij zijn ze nog imposanter.

 

Geweldig, ‘ces quatre arbres commémoratifs’, deze gedenkbomen.

 

     

1.                       2.                                                   3.                                                    4.

1. De geboortebomen.  Zoals zij ze gezien heeft. Alleen waren ze toen 125 jaar jonger en kleiner..

2. Imposante grafsteen onder nog imposantere taxus.

3. Ze steken ver boven de daken uit.

4. Van dichtbij nog imposanter.

 

VOORGAANDE                                                                               VOLGENDE